TUIN19

Historie

Het enige centrale schooltuinencomplex van Zaanstad is te vinden in de wijk Poelenburg. Het wordt beheerd door het Zaans natuur en Milieu Centrum, de organisatie die daarnaast ook kinderboerderij Darwinpark, Natuurmuseum E.Heimans, het Biologisch lescentrum en de Heemtuin in Zaandam beheert.

VERLEDEN
De schooltuinen zijn het onderdeel met verreweg de langste historie, aanvankelijk georganiseerd door een “Vereeniging voor School- en Werktuinen” en gesteund door de gemeente. Dergelijke schooltuin- én volkstuinverenigingen schoten in de eerste helft van de vorige eeuw als paddenstoelen uit de grond. U kunt ze beschouwen als een logisch vervolg op het werk van de onderwijzers Heimans en Thijsse, die ongeveer honderd jaar geleden de belangstelling voor alles wat leefde, groeide en bloeide aanwakkerden bij het grote publiek.

Een aantal grote steden in Nederland namen al vanaf 1920 het voortouw. In Zaandam bestond het eerste bestuur van de schooltuinvereniging uit zeven heren. Jan Visser was voorzitter, wellicht omdat hij als directeur van een verffabriek aan het Rustenburg financiën beschikbaar stelde. Als tuinleider was hij echter ook geregeld op de tuinen te vinden. Penningmeester was de heer van Enkhuizen, tevens hoofd plantsoenen in Zaandam. De heren Kooiman (secretaris) en Koops waren onderwijzers, die in hun vrije tijd (dus buiten schooltijd) de tuinierende kinderen begeleidden. Verder namen zitting de heren Dubbink (onderwijs-inspecteur), Jager en Dijkstra. Van de laatste twee zijn mij geen bijzonderheden bekend.

Het eerste tuinencomplex lag aan de Ringweg, zo’n beetje achter de voormalige ZFC-voetbalvelden bij de Westzanerdijk.

In de dertiger jaren werd er in Zaandam buiten schooltijd getuinierd, onder leiding van leden van de schooltuinvereniging en enthousiast onderwijzend personeel, terwijl in Amsterdam en andere steden al vanaf de twintiger jaren in schoolverband aan schooltuinwerk werd gedaan. In die tijd, de crisisjaren, moet de oogst wel haast belangrijker zijn geweest dan het educatieve aspect. De tuintjes werden toen al wel gekeurd met de daaraan verbonden prijsuitreikingen. Volgens mededeling van Chris de Vries tuinierden er in die tijd ± 60 kinderen. Chris was één van hen. Kennelijk maakte ’t tuinieren wel iets in hem los, want hij heeft ’t bij de Zaandamse plantsoenendienst nog tot opzichter geschopt.

Een belangrijke schooltuinvrijwilliger en stimulator uit die tijd was, naast de heren Houtman en Koelemey, de heer Prud’homme van Reine. In 1938 vestigde hij zich, afkomstig uit Den Haag, in Zaandam. Hij ging hier werken als leraar biologie aan het Zaanlands Lyceum en trof kennelijk een nogal maagdelijk werkterrein aan. Aan een kennis schreef hij destijds: “De geringe belangstelling in de Zaanstreek voor de natuur is werkelijk diep treurig.” “Weer een boom staat ken je niet kaike”, zegt immers de Zaankanter. “Ik ben wel van plan te trachten hierin verandering te brengen.”, vervolgde Prud’homme. En daar heeft “Prutje”   -zoals zijn leerlingen hem noemden-   zich aan gehouden. Als bestuurslid van vele (natuur-)verenigingen    -ook was hij onder meer voorzitter van de landelijke commissie tot afschaffing van onbewaakte spoorwegovergangen- leverde hij bepaald geen prutswerk af. Uiteindelijk bleef hij 55 jaar bestuurslid van de Schooltuinenvereniging Zaandam. Tevens stond hij aan de basis van Natuurmuseum E. Heimans en stimuleerde hij de totstandkoming van kinderboerderij Darwinpark en het Biologisch lescentrum.

In de oorlog (1944), toen men de oogst van de tuintjes best kon gebruiken, zetten de Duitsers het schooltuinenterrein aan de Ringweg onder water. In 1946 moest men opnieuw beginnen: droogleggen, omwerken, irrigeren. Vanaf dat jaar beschikte men gelukkig over een betaalde medewerker, de heer Van der Ben, die deze functie tot ver in de zestiger jaren vervulde.

Na de oorlog (1949) werd een nieuw gebouw, c.q.. leslokaal gerealiseerd. In 1946 werd ook in Koog a/d Zaan een schooltuinvereniging opgericht. Daar werd een tuin beheerd bij de Pinkschool. In 1959 verdwenen tuin en vereniging vanwege de bouw van het viaduct van de (aftakking) Coentunnelweg.
In Oostzaan is in 1960 een schooltuinterrein geopend in het centrum van Oostzaan, beheerd door vereniging “De Vitaminebron.” Dit terrein is onlangs geofferd aan het centrumplan van de gemeente Oostzaan. Nabij het sportcomplex in het Twiske is een nieuw schooltuinenterrein aangelegd. Zie www.vitamine-bron.nl

In de jaren ’50 en ’60 werd gestaag door getuinierd. Ons archief bevat m.b.t. deze periode weinig krantenknipsels of foto’s. De “Vereniging voor School- en Werktuinen Floralia” verzorgde in samenwerking met de Zaandamse plantsoenendienst in die periode ook de uitgave van bolgewassen en kamerplanten aan leerlingen van het basisonderwijs. De bedoeling was om deze gewassen zo goed mogelijk op te kweken en na een gedegen beoordeling door de organisatoren vonden er jaarlijks prijsuitreikingen plaats. Ondergetekende heeft daar bijna verdrongen jeugd-herinneringen aan; hij eindigde altijd ver verwijderd van de ereplaatsen.

In 1970 kwam er klaarblijkelijk een abrupt einde aan het schooltuinieren op het terrein Ringweg. De huur werd daar door de gemeente opgezegd i.v.m. toekomstige bouwplannen zoals de Hemspoortunnel(?).
Er werd gelukkig een alternatief gevonden in de nieuwe wijk Poelenburg.

Het terrein schijnt te zijn opgehoogd met bagger uit de Zuidervaart (mond. Mededeling Chris de Vries) en kon pas vanaf 1973 in gebruik worden genomen vanwege de hoge zoutconcentratie van de opgebrachte grond. Het bestuur van de Schooltuinvereniging werd aangevuld met veel nieuwe bestuursleden.

De heer Van der Eyden werd aangesteld als door de gemeente betaalde tuinleider. In 1976 werd Van der Eyden opgevolgd door de bevlogen Piet Hoffer, bij leerlingen en onderwijzend personeel nog steeds bekend van: “Denk erom, kinderen, LLWW ; licht, lucht, warmte,water.” En: “Lucht neemt water op waar water is.”

Het aantal school-inschrijvingen nam zodanig toe dat er scholen moesten worden uitgeloot. Er werd door de Schooltuinvereniging daarom bij de gemeente Zaanstad gepleit voor meer schooltuinterreinen, bijvoorbeeld in het noorden van de stad. Het is niet juist te stellen dat men daar geen geld voor had; men had ’t er niet voor over. De prioriteiten lagen elders.
Piet Hoffer moest zeer tot ieders spijt vanwege lichamelijke klachten in 1993 stoppen met zijn werk als tuinleider.

In 1981 -n.a.v. het 50-jarig bestaan van de Schooltuinvereniging-   werden het tuinencomplex aan Straat Poelenburg vernoemd naar Dr. W.J. Prud’homme van Reine (die in zijn hart misschien wel liever Prutje werd genoemd), als dank voor zijn grote verdiensten m.b.t. het schooltuinwerk in Zaandam.
Een bezuinigingsperiode eind jaren tachtig, begin jaren negentig zorgde er bijna voor dat het schooltuinwerk werd wegbezuinigd, maar mede door protestacties van busladingen schoolkinderen op het Bannehof werden deze plannen verijdeld.
Vanwege de financiële krapte bleef de gemeente zoeken naar bezuinigingsmogelijk-heden. De leidende gedachte was uiteindelijk dat men op de overheadkosten (zeg maar de kosten van het ambtenarenapparaat) kon bezuinigen door privatisering van de voorzieningen op het gebied van natuur- en milieu-educatie. Daarom werd in 1993 de Stichting NME (nu ZNMC) opgericht. De stichting kreeg de opdracht om schooltuinen, kinderboerderij, heemtuin en biologisch lescentrum te beheren met 20% minder budget dan voorheen. Naderhand nam NME ook het beheer van het Natuurmuseum op zich.

Voor de Vereniging voor School- en Werktuinen was daarmee in feite de bestaansreden weggevallen. Enkele jaren geleden is de vereniging opgeheven. De (bescheiden) financiële reserve kwam ten goede aan de Stichting NME en dan natuurlijk met name aan de schooltuinen. Verder liet de vereniging een plaquette maken ter nagedachtenis aan Dr. Prud’homme van Reine. Deze plaquette hangt prominent in de entreehal van Natuurmuseum E.Heimans.

HEDEN EN TOEKOMST
Leerlingen van ongeveer 20 scholen verzorgen sinds 2005 ieder hun eigen moestuintje op het nieuwe schooltuinencomplex in het Darwinpark t.o. de kinderboerderij. Voordelen van deze locatie zijn een grotere zichtbaarheid van de schooltuinen voor het (kinderboerderij-)publiek, het ontstaan van een samenhang tussen (moes-)tuin- en boerderij -een ouderwets “gemengd bedrijf”-   en het ontstaan van een (nog) intensievere samenwerking/uitwisseling tussen boerderij- en schooltuinmedewerkers.  Het schooltuinseizoen loopt van ongeveer april tot oktober. In die periode bezoeken de kinderen hun tuintjes zo’n 20 keer in schoolverband. Elke leerling betaalt een eigen bijdrage van € 37,50. De waarde van de oogst overtreft doorgaans de hoogte van de bijdrage …

Ieder jaar (in september) organiseren de schooltuinen een open avond voor (groot-)ouders van tuinierende kinderen en ander geïnteresseerd publiek. Naast de te bezichtigen tuinen is er een klein marktje met verkoop van natuurlijke producten, zoals echte Zaanse honing, pompoenen en bloemen.